|
De boten waar de Zeeverkennersgroepen en de Wilde Vaart mee varen zijn Lelievletten. Dat zijn stevige open stalen zeilboten waar je met vier tot zeven man mee kan varen. De Lelievlet is speciaal voor de Waterscouting ontworpen en is ongeveer 5,60 m lang. Je kunt er behalve zeilen, ook in roeien en wrikken.
Lelievlet specificaties
Lengte:
|
5,60 [m] (± 5 cm)
|
 |
| Breedte: |
1,80 [m] (± 5 cm)
|
Diepgang zwaard in (op):
|
±80 (±30) [cm]
|
Zeiloppervlak:
|
12 [m^2] |
Zeilen:
|
Fok, Grootzeil
|
Masthoogte:
|
5,50 [m] |
Acceleratie (0-100 km/h):
|
1000 oneindig epic veel x 6 [s]
|
Massa casco:
|
± 850 [kg]
|
Massa vaarklaar:
|
± 950 [kg]
|
Massa aan eind vaarseizoen:
|
± 1150 [kg]
|
Dikte staal:
|
3 en 4 [mm]
|
Driftbeperking:
|
Ophaalbaar midzwaard
|
| Zitplaatsen: |
6 + 2
|
Motorvermogen:
|
1000 oneindig epic weinig / 6 [pk]
|
| Roeivermogen: |
4-6 [zvk]
|
Wrikvermogen:
|
1 [zvk]
|
Het ontstaan van de Lelievlet De eerste vorm van Scouting bestaat sinds 1908 en in Nederland werden de eerste groepen in 1910 opgericht. Toentertijd noemde men dit nog Padvinderij. Wanneer de watergroepen precies zijn ontstaan, is niet bekend en in het begin voeren ze in boten van alle soorten en maten. Toen na het verbod in de Tweede Wereldoorlog Scouting weer werd toegestaan, bloeiden ook de watergroepen weer op en daarmee ook de wedstrijden tussen de groepen.
Omdat de boten allemaal veel van elkaar verschilden, was het lastig eerlijke wedstrijden te organiseren en de boten waren vaak van hout waardoor ze behoorlijk kwetsbaar en onderhoudsgevoelig waren. Om die redenen is besloten om in samenwerking met meneer Beenhakker een boot te ontwerpen die geschikt is om in te roeien, wrikken en zeilen en de boot moest tegen een stootje kunnen. Zo is tussen 1953 en 1955 de Lelievlet ontwikkeld, een stalen roei-, zeil- en wrikvlet.
De vlet die ontwikkeld was bleek uitermate geschikt voor de Scouting, omdat je er goed mee kan leren zeilen en de boot erg stevig is. Inmiddels zijn er meer dan 1500 Lelievletten gebouwd en bestaat de werf Beenhakker niet meer, maar tegenwoordig worden de vletten gebouwd door Botenbouw Tukker. Wil je weten door wie je vlet is gebouwd? Op een aantal vletten zit aan de binnenkant van de spiegel een bronzen plaatje geklonken met daarop de naam van de werf.
Het gebruik van de Lelievlet Bij de Zeeverkenners en de Wilde Vaart worden de Lelievletten vooral gebruikt om mee te zeilen. Er wordt ook wel eens in geroeid en gewrikt, maar dat is meestal om naar open water te komen.
Bij de Zeeverkenners zit je meestal met vier tot zes man in een boot (dat groepje noem je ook wel je bak). Twee daarvan zijn het meest ervaren en hebben de leiding over de boot, dit zijn de Bootsman en zijn Kwartiermeester. Samen zijn zij: “het Kader”. De rest van de bak noem je “wuppen” of “baksmaatjes”.
Zoals je misschien al begrepen hebt is de Staf in principe niet aan boord, die varen vaak zelf een rondje met een vlet of met de Kleida.
Vaak zijn we gewoon aan het zeilen, maar we doen natuurlijk ook soms spellen en wedstrijden. Wedstrijden doen we ook tegen andere groepen uit de omgeving.
Het onderhouden van de Lelievlet Jaarlijks onderhoud Koop een boot en werk je dood, is een veelgehoorde spreuk aan het water. Ergens is het ook wel waar, hoe meer je vaart, hoe meer onderhoud je aan een boot hebt en aangezien we in het vaarseizoen iedere week op het water zijn, hebben we altijd een hoop onderhoud.
Ieder jaar, aan het begin van de winter, halen we de boten uit het water en leggen we ze binnen in het Wiggershuis en in de Loods. Als ze binnen liggen maken we ze eerst goed schoon en daarna schuren we alles, behalve de onderkant. De vletten zijn gemaakt van staal, dus als de verf er bij het varen af is gegaan, gaan ze roesten. Alle roest halen we weg met staalborstels.
Als de roest weg is en de vletten geschuurd zijn, schilderen we alle kale plekken met bootprimer, een speciale grondverf voor stalen boten. De stukjes die behandeld zijn met primer moeten we als het droog is weer schuren, daarna kunnen we ze kleur voor kleur schilderen. Sommige kleuren doen we twee keer, dan moet tussendoor nog een keer geschuurd worden.
Nu de binnenkant en de buitenkant boven de waterlijn af zijn, moeten we de onderkant nog doen. Hiervoor leggen we de vletten op zijn kop buiten neer. De onderkant borstelen we helemaal met staalborstels totdat alle roest er af is. Daarna smeren we er bottomcoat op, een soort dikke zwarte verf speciaal voor de onderkanten van boten.
Ondertussen hebben we ook al de mast, giek, gaffel, riemen en helmstok geschuurd en gelakt. Die zijn allemaal van hout.
Extra onderhoud Soms gaat er wel eens een vlet lek. Dan is het staal op sommige stukken wat te dun geworden. Als dat gebeurt, kijken we of we het nog kunnen repareren door te lassen. Dat doen we ook zelf bij de Olav.
|